SPARTACUS-studie onderzoekt beste behandeling voor perifere spondyloartritis

spartacus

 

Op het Europese reumatologiecongres EULAR in Londen werden de eerste resultaten voorgesteld van de Belgische SPARTACUS-studie.

 

Onderzoekers van het UZ Gent gingen na welke behandeling het meest doeltreffend is bij mensen met perifere spondyloartritis. Perifere spondyloartritis is een ontstekingsziekte die vooral de gewrichten, pezen en vingers of tenen aantast. Mensen met deze aandoening kunnen last hebben van gewrichtsontstekingen (artritis), ontstekingen aan de peesaanhechtingen (enthesitis) en gezwollen vingers of tenen (dactylitis).

De SPARTACUS-studie bouwt voort op eerder onderzoek, maar houdt beter rekening met de patiënten die artsen in de dagelijkse praktijk zien.

In de studie werden twee behandelingsstrategieën met elkaar vergeleken. Een eerste groep kreeg methotrexaat, een geneesmiddel dat al langer wordt gebruikt bij ontstekingsziekten. De tweede groep startte meteen met een biologische behandeling, namelijk de TNF-remmer golimumab.

Na 24 weken bekeken de onderzoekers hoeveel patiënten in remissie waren. Daarbij moesten alle tekenen van artritis, enthesitis en dactylitis verdwenen zijn. De resultaten tonen aan dat 60% van de patiënten die onmiddellijk met golimumab werden behandeld, remissie bereikte. In de groep die methotrexaat kreeg, was dat 32%.

Volgens de onderzoekers wijst dit erop dat een vroege behandeling met een TNF-remmer bij perifere spondyloartritis kan leiden tot een grotere kans op remissie. Tegelijk toont de studie ook aan dat methotrexaat wel degelijk effect heeft bij deze aandoening.

 

De onderzoekers benadrukken dat verder onderzoek nodig is om te bepalen welke behandeling voor welke patiënt het meest geschikt is.

 

Bron: MediPub

 

Geplaatst op
16-07-2026