Richtlijnen voor de behandeling van osteoporose bij vrouwen na de menopauze

Richtlijnen osteoporose

 

De Belgian Bone Club zorgde voor richtlijnen voor de behandeling van osteoporose bij vrouwen na de menopauze. 
Een vereenvoudigde samenvatting van deze richtlijnen lees je hieronder.

Lees je graag het volledige originele artikel, klik dan hier (Engels).
Onder de samenvatting hieronder vind je ook een kader met de originele aanbevelingen.

 

Richtlijnen:

1. Wie moet gescreend worden?

  • Screening kan starten vanaf 50 jaar of vanaf de menopauze.
  • Vrouwen met 1 belangrijke risicofactor of 2 extra risicofactoren krijgen best een onderzoek naar botbreukrisico.
  • Indien nodig kan dit om de 2 jaar opnieuw bekeken worden.

2. Hoe wordt osteoporose vastgesteld?
De arts kijkt naar:

  • Eerdere botbreuken door lichte val of zonder duidelijke oorzaak
  • Botdichtheidsmeting (DXA-scan)
  • Risicoberekening voor botbreuken (bv. FRAX of Garvan)

3. Hoe wordt het risico op botbreuken ingeschat?

  • Patiënten worden ingedeeld in:
  • Laag risico
  • Hoog risico
  • Zeer hoog risico (bij recente ernstige botbreuk)

Een recente ernstige osteoporotische breuk kan zijn: Wervel, bekken, heup, dijbeen, bovenarm, onderarm (bij ≥75 jaar) en dit in de laatste 2 jaar.

4. Wat kan je zelf doen?
Ongeacht het risico is het belangrijk om aandacht te hebben voor:
Bewegen

  • Regelmatig bewegen
  • Oefeningen voor balans, kracht en weerstand
  • Eventueel kinesitherapie of revalidatie na een breuk

Voeding

  • Ongeveer 1200 mg calcium per dag, liefst via voeding (bv. zuivel)

Vitamine D inname om tekort op te vangen (vooral in de donkere maanden)

5. Wanneer is medicatie nodig?
Dat hangt af van het risico op botbreuken.

  • Hoog risico: medicatie die botafbraak remt (bv. bisfosfonaten of denosumab)
  • Sommige jongere vrouwen (<65 jaar): specifieke hormoonmedicatie mogelijk wanneer er risico is op wervelbreuken
  • Hormoontherapie: mogelijk bij vrouwen met menopauzeklachten en laag risico op breuken

6. Opvolging
Tijdens de behandeling kan de arts:

  • Botdichtheid opnieuw meten (meestal elke 2–5 jaar)
  • Röntgenfoto’s nemen om nieuwe wervelbreuken op te sporen
  • Bloedonderzoek doen om de behandeling te controleren

 

De behandeling kan aangepast, gestopt of verdergezet worden afhankelijk van het resultaat.

Let op: deze richtlijnen gelden als advies. Heb je vragen over je aandoening of je behandeling, spreek dan altijd met je arts. Stop nooit op eigen initiatief met medicatie.

richtlijnen osteoporose
 

Geplaatst op
06-03-2026