Interessante bevindingen vanop het EULAR Congres in Londen, 3 tot 6 juni 2026
Bron: EULAR 2026, Nutrition and Inflammation in rheumatic diseases, 4 juni 2026
1. Algemene boodschap: voeding is belangrijk, maar geen wondermiddel
Wetenschappers zijn het nog niet volledig eens over de invloed van voeding op het ontstaan van reumatische aandoeningen. Wel blijkt steeds duidelijker dat een mediterraan en overwegend plantaardig voedingspatroon leidt tot:
- lager risico op het ontwikkelen van reumatische aandoeningen;
- betere cardiometabole gezondheid;
- mogelijk lagere ziekteactiviteit.
Er is nog behoefte aan grotere en betere studies.
2. Mediterrane voeding blijft de voorkeursaanbeveling
De presentatie eindigde met een duidelijke voorkeur voor een mediterraan voedingspatroon.
Praktische aanbevelingen:
Dagelijks volkoren granen, minstens 2 porties fruit, minstens 3 porties groenten, extra vierge olijfolie als belangrijkste vetbron.
Wekelijks peulvruchten ≥ 2 keer, vis 1–2 keer en regelmatig noten, lijnzaad en chiazaad.
Beperken: rood vlees, ultrabewerkte voeding, zoetigheden, verzadigde vetten
De focus ligt niet op beperken maar op toevoegen van gezonde voedingsmiddelen.
3. Vermijd onnodige dieetbeperkingen
Een belangrijke waarschuwing tijdens de sessie: leg jezelf geen beperkingen op zonder duidelijke reden.
Niet aanbevolen zonder medische indicatie: ga niet glutenvrij of zuivelvrij eten wanneer dit niet medisch nodig is. Ga niet langdurig vasten en vermijd een strikt veganistisch dieet als behandeling van ziekteactiviteit.
Er is onvoldoende bewijs dat deze diëten op zichzelf de ziekteactiviteit van chronische inflammatoire reumatische aandoeningen verbeteren.
Uitzonderingen: Al je lijdt aan coeliakie eet je natuurlijk wel glutenvrij. Dat geldt ook voor elke andere bewezen intolerantie of allergie of wanneer je andere persoonlijke medische redenen hebt om iets te laten.
De boodschap was duidelijk: “Voedingstekorten door onnodige beperkingen vormen een groter risico dan het vermeende voordeel.”
4. Risico op eetstoornissen bij reumatische patiënten
Een opvallende presentatie ging over ARFID (Avoidant/Restrictive Food Intake Disorder).
Bij systeemsclerose (SSc):
- bijna de helft van de onderzochte patiënten scoorde positief voor kenmerken van ARFID;
- symptomen waren geassocieerd met:
- meer maagdarmklachten;
- slechtere levenskwaliteit;
- grotere kans op ondervoeding;
- meer behoefte aan voedingsondersteuning.
Belangrijke les: Veel patiënten gaan zelfstandig voedingsmiddelen schrappen in een poging symptomen te verminderen. Dat kan leiden tot tekorten, gewichtsverlies, ondervoeding, sociale beperkingen. Bespreek een aanpassing in je eetpatroon daarom altijd eerst met je arts of met een voedingsdeskundige.
5. Leefstijlinterventies slagen alleen met ondersteuning
Factoren die ervoor zorgen dat je gezondheidsinspanningen een grotere kans op succes hebben:
- betrokkenheid van familie
- begeleiding door diëtist of zorgverlener
- begrip van het belang van gedragsverandering
- individuele aanpassing van doelen
Of net niet: Barrières:
- kosten
- beperkte beschikbaarheid van gezonde voeding
- tijdsgebrek
- beperkte kookvaardigheden
- culturele gewoonten
Conclusie: Succesvolle leefstijlinterventies vereisen begeleiding en maatwerk.
6. Darmmicrobioom als therapeutisch doelwit
De darmflora blijft een van de meest veelbelovende onderzoekslijnen.
Bij lupus (SLE) en andere auto-immuunziekten zien onderzoekers dat de darmbacteriën minder gevarieerd zijn, dat de darmwand makkelijker stoffen doorlaat en dat het afweersysteem anders reageert dan normaal.
Om de darmflora positief te beïnvloeden, onderzoeken wetenschappers verschillende behandelingsmogelijkheden. Daarbij wordt onder meer gekeken naar aangepaste voeding, prebiotica (voedingsstoffen die gunstige darmbacteriën voeden), probiotica (levende nuttige bacteriën) en synbiotica, een combinatie van beide. Daarnaast wordt ook onderzoek gedaan naar fecale microbiota-transplantatie, waarbij gezonde darmbacteriën worden overgebracht naar een patiënt. Verder krijgen specifieke voedingsstrategieën, zoals Exclusive Enteral Nutrition (EEN), steeds meer aandacht vanwege hun mogelijke invloed op de darmgezondheid en het immuunsysteem.
7. Nieuwe lupus-hypothese: bacterieel DNA als mogelijke trigger
Een van de meest interessante recente theorieën is dat bacterieel DNA uit de darm een rol kan spelen bij het ontstaan van auto-immuniteit bij lupus (SLE).
Volgens deze hypothese komt bacterieel DNA uit de darm in contact met immuuncellen in het darm-geassocieerde lymfoïde weefsel (GALT), een belangrijk onderdeel van het afweersysteem. Bij gezonde mensen wordt dit bacteriële materiaal normaal gesproken snel en gecontroleerd opgeruimd. Bij mensen met SLE lijkt dit proces echter minder goed te werken.
Daardoor kan het afweersysteem geactiveerd raken op een manier die leidt tot de vorming van autoreactieve B-cellen: afweercellen die zich richten tegen lichaamseigen weefsels. Dit kan bijdragen aan het ontstaan en in stand houden van auto-immuniteit.
Deze theorie biedt een mogelijke verklaring voor het verband tussen een verstoorde darmflora (dysbiose) en lupus. Ze helpt ook te begrijpen waarom behandelingen die zich richten op de darmgezondheid en het darmmicrobioom steeds meer belangstelling krijgen binnen het onderzoek naar SLE.
8. Exclusive Enteral Nutrition (EEN)
Exclusive Enteral Nutrition (EEN) is een behandeling waarbij gewone voeding tijdelijk volledig wordt vervangen door een speciale drinkvoeding. Dit wordt meestal zes tot acht weken gevolgd. Uit onderzoek blijkt dat EEN bij ongeveer 80% van de mensen met Crohn helpt om klachten te verminderen. Het werkt even goed als corticosteroïden om een opvlamming tot rust te brengen, maar geeft doorgaans minder bijwerkingen. Bovendien herstelt het darmslijmvlies vaak beter tijdens deze behandeling.
Wetenschappers denken dat EEN werkt doordat het ontstekingsbevorderende voedingsstoffen wegneemt, de hoeveelheid darmbacteriën en bacterieel DNA vermindert en zo het immuunsysteem tot rust brengt. Dit mechanisme zou mogelijk ook interessant kunnen zijn voor andere auto-immuunziekten, zoals lupus, al is dat nog onderwerp van onderzoek.
Kort gezegd: EEN is een effectieve en veilige manier om ontsteking bij Crohn te verminderen en het herstel van de darm te ondersteunen, met doorgaans minder bijwerkingen dan sommige medicijnen.

